Zambiaanse Cultuur

Hier volgt een opsomming van alle typisch Zambiaanse dingen zoals ik die tot nu toe heb meegemaakt.

Begroetingen

Als je een Zambiaan gedag wil zeggen dan zeg je: Hello sir how are you? En antwoord de ander: I’m fine thank you how are you?. Ook als je gewoon Hello zegt antwoorden ze: I’m fine thank you sir and how are you?

Of in njanja (de taal die ze in de hoofdstad Lusaka spreken): Molibwanj (hoe gaat het) en dan: bueno (goed)

Kapsels

De vrouwen dragen allemaal pruiken. En de mannen hebben allemaal kort haar, in mannen kappers hangen alleen tondeuses. Misschien is het gewoon cultuur, maar het zou me ook niets verbazen als het te maken heeft met hun voeding. Dat ze door bepaalde tekorten niet heel veel haargroei hebben. De pruiken kunnen soms erg verwarrend zijn. Alex, een Duitser die hier bij de visvoer fabriek werkt, vertelde dat hij bij de slager elke keer weer een nieuwe cassiere zag. Tot de cassiere zei: “hey Alex why do you keep greeting me like you’re meeting me for the first time?”. En hij dacht: huh? Ik had me toch alleen voorgesteld aan die dame met de krulletjes?

Trouwen

Als man mag je in principe met meerdere vrouwen trouwen, afhankelijk van welke tribe je komt, maar trouwen is wel ongelofelijk duur voor de man. Je moet namelijk de familie van de vrouw een flinke hoeveelheid geld (of geiten) betalen. Daardoor zitten veel jonge mannen al vroeg in de schulden. Ik heb verder niet het idee dat vrouwen echt eigendom zijn. Er ontstaan gewoon liefdes relaties zoals dat in Nederland gebeurd. Homofielie is hier echter geen optie. Daar kan je voor de gevangenis in gaan. Ik ben uitgenodigd op de bruiloft van één van mijn collega’s, iedereen moet wel minstens 250 kwatcha meenemen (ongeveer 20 euro), dat stond op de uitnodiging. Het was erg leuk om een bruiloft hier mee te maken. Het was wel heel erg westers. Het enige Afrikaanse er aan was het dansen en de muziek. Wat ik gehoord heb, is het in andere Afrikaanse landen wel anders, maar dat Zambia als land niet een hele lange geschiedenis heeft. En dus weinig cultuur waardoor het vrij verwesterd is.

Familie

Met familie deel je alles hier. Dat klinkt mooi, maar het betekent dat het heel moeilijk is om uit de armoede te komen en een beter leven voor jezelf te maken. Als jij namelijk meer verdiend dan kan het zomaar zijn dat je ineens een groot deel van je opgespaarde geld aan je alcohol verslaafde oom moet geven. Daarom zie je ook vaak dat mensen niet sparen maar meteen uitgeven om land te kopen of voor een deel een huis te bouwen ook al kunnen ze hem niet af maken. Ik merkte het ook op de bruiloft, in plaats van fijne gelukswensen van moeder, werden ze doodgegooid met zinnen als “dont ashame the family” en “remember to always keep the door open for your family, we must always be welcome”.

De werksfeer

Er wordt ontzettend veel gelachen in Zambia. Op het werk lijken ze het allemaal erg naar hun zin te hebben. Het gaat alleen wel allemaal vrij inefficiënt. Je ziet heel vaak twee mensen staan werken en vier die naar het werk staan te kijken. Daarnaast is het onbeleefd om slecht nieuws te brengen hier, dus dan wordt er maar gewoon tegen je gelogen. Standaard procedure wanneer er iets kapot is: verstoppen. En als je iets vind wat kapot is dan weet niemand ergens iets van.

Eten

In Zambia lijken ze niet erg van kruiden te houden. Het eten op het menu in het hotel waar ik zit is niet zo geweldig. We hebben daar een kok uit India, Krishna, maar er staat geen enkel Indiaas gerecht op het menu. We hebben hem eens gevraagd om Indiaas voor ons te koken en dat vond hij geweldig. Het eten was ongelooflijk lekker. Een tafel vol heerlijke gerechten en zelfgemaakte naans. We hebben hem helemaal overweldigd met complimenten. Hij is erg bescheiden, maar zei wel dat het de volgende keer beter zou zijn. Dat hij speciaal naar de markt in Lusaka zou gaan om de goede kruiden te halen.

Het nationale eten hier is nshima. Een soort deegballen van maismeel. Ze hebben ook een ontzettende vis eet cultuur, wat natuurlijk positief is als visproducent. Als je echt Zambiaans wil eten moet je steeds een stukje nshima pakken, dat tot een klein balletje rollen en samen met een stukje vis of wat groente eten.

Naast dat eten de zambianen eigenlijk alles. Daarom loopt hier ook bijna geen wild rond. Alles wat hier over de grens loopt van Zimbabwe naar Zambia wordt direct opgegeten. In Zimbabwe zijn ze een stuk strenger met stropers. In Zambia zal je alleen in nationale parken groot wild kunnen zien. Ik zag vandaag nog iemand die langs de weg schildpadden verkocht (om op te eten).

Geiten

Er lopen hier ongelofelijk veel geiten rond. Ook aardig wat koeien, maar hoe vaak je in een uur moet stoppen omdat er geiten op de weg lopen is niet op één hand te tellen.

Als je hier op het platteland woont dan zet je je opgespaarde geld niet op de bank, maar je investeert het in geiten. Als je dan een keer krap zit of je je kinderen naar school wilt sturen dan verkoop je een paar geiten. Als je een beetje succesvol bent heb je ook een paar kippen. Naast dat ze eieren geven, kun je altijd als er bezoek is of op een speciale gelegenheid een kip slachten. Je kan het een beetje zien als dat wij een goeie fles wijn of whisky hebben liggen voor een speciaal moment.

Kapenta vissers

Een ander Zambiaans voedsel is kapenta. Dat zijn kleine sardien achtige visjes. Ze worden meestal gedroogd gegeten. Toen ik voor het eerst aankwam in Siavonga zag ik heel veel lichtjes aan de overkant van het meer. Ik dacht een hele tijd dat dat een stadje was in Zimbabwe, maar het bleken allemaal kapenta vissers te zijn. Ze vissen met lampen, die lampen trekken namelijk kleine water insecten aan, en daar komen de kapenta dan weer op af.

Mijn werk bij Yalelo

Om te zorgen dat de vis het goed heeft, en om ze zo snel mogelijk te laten groeien moet je een goede waterkwaliteit hebben. Daarnaast wil je als viskwekerij het water waar je je vis in kweekt, in dit geval het Kariba meer, niet vervuilen. Vandaar dat Yalelo 2 jaar geleden aan John, mijn begeleider van Wageningen universiteit, gevraagd heeft of hij wou helpen met het opzetten van een waterkwaliteit laboratorium.

Yalelo streeft nu ook naar het kweken van duurzame vis. Eind 2019 willen ze proberen om het ASC label te krijgen. ASC (Aquaculture Stewardship Council) is een organisatie die op aanvraag van viskwekers de boerderij komt inspecteren om te kijken of ze zich houden aan de (vrij strenge) regels voor duurzame aquacultuur. Als dat zo is mag het bedrijf het ASC label op zijn producten zetten. Als het Yalelo lukt zijn ze het eerste gecertificeerde bedrijf in Afrika!

Om te voldoen aan de eisen van ASC moet er nog aardig wat gebeuren. Er moet nieuwe apparatuur komen om waterkwaliteit te meten, maandelijks moeten alle verplichte metingen gedaan zijn, en als de waterkwaliteit niet goed genoeg is, dan moet daar wat aan gedaan worden.

En ik ben nu op het bedrijf om het laboratorium team te helpen de nieuwe apparatuur op te zetten, de metingen goed te verrichten en die informatie goed uit te werken. Daarnaast zijn er genoeg dingen met betrekking tot waterkwaliteit die verbetert kunnen worden. Daarom doe ik af en toe wat onderzoek voor de hatchery en de kooien op het meer om te kijken hoe ze het anders kunnen doen.

Naast deze werkzaamheden doe ik een studie naar de draagkracht van het meer. Dat houd in dat ik een berekening maak van hoe veel vis er gekweekt kan worden voordat het ernstige effecten op het hele meer heeft.

Yalelo

Yalelo limited is het bedrijf waar ik stage loop. Yalelo betekent iets als nu of vandaag, omdat de vis heel vers zou moeten zijn. Ze kweken er Neil Tilapia. Het hele proces bestaat uit een aantal fases. Voer productie, de hatchery, grow out, processing, en verkoop.

Het voer wordt geproduceerd in een fabriek vlakbij door een Deens bedrijf, Aller aqua. Maar het wordt helemaal gefinancierd door een overkoepelende organisatie die ook de baas is van Yalelo. Het is de enige plek die ik nog niet gezien heb. Het voer wordt gemaakt van lokaal geproduceerde (niet genetisch gemodificeerde) soya en allerlei andere plantaardige producten. Elke grootte van vis heeft zijn eigen soort voer dat helemaal geoptimaliseerd is voor groei.

De jonge vis wordt gekweekt op de hatchery. Ze hebben een speciale “broodstock” van volwassen vissen die ze in vier vijvers houden. Deze vissen hebben de juiste genen en produceren sterke baby’s. Tilapia vrouwtjes beschermen de jongen in hun mond voor de eerste paar dagen van hun leven. Dat is belangrijk voor het opgroeien van de jongen maar het is ook een heel proces om de jongen van de ouders te scheiden. Vervolgens wordt de kleine vis in vele andere vijvers grootgebracht tot ze een paar centimeter groot zijn, deze visjes worden “fingerlings” genoemd.

De hatchery

Het stikt op de hatchery van de vogels. Prachtige beesten zitten er tussen. Allemaal vis en visvoer aan het jatten uit de vijvers.

Een grote groep Marabou storks

Als ze groot genoeg zijn gaan de fingerlings naar de kooien op het meer. De “grow-out” fase. Hier wordt de vis gekweekt tot ze groot genoeg zijn voor de oogst. In Zambia houden mensen niet van te grote vis dus ze zijn allemaal “plate” size, zodat ze precies op je bord passen. “Boer Mark” van boer zoekt vrouw was de manager op het meer die zorgde voor het grootbrengen van de vis in de kooien. Inmiddels zit hij in Nederland met vaderschapsverlof en wordt hij vervangen door Eric, een hele nuchtere Nederlandse kerel die ook in Wageningen gestudeerd heeft.

Als de vis groot genoeg is worden ze direct op ijs gedaan en naar de processing plant gebracht. Daar wordt de vis met de hand gesorteerd in kratten op grootte van small, medium, large en extra large. En er wordt dan nieuw schoon ijs op gedaan. Waarna het vervoerd wordt in gekoelde wagens naar het hoofdkantoor in Lusaka.

Een deel wordt direct vervoerd in kleinere wagens naar de Yalelo shops. En een deel wordt in de koelruimte opgeslagen voor als de winkels leeg zijn.

De koeling met kratten vis

70% van de vis wordt verkocht in hun eigen winkels. Ze hebben zestien winkels in Lusaka en nog een aantal in de copper belt (gebied in Zambia waar heel veel koper gewonnen wordt, voornamelijk door China). De winkels zijn alleen sochtends voor twaalf uur open omdat de meeste vis gekocht wordt door handelaren, voornamelijk vrouwen, die op lokale kleine markten de vis doorverkopen.

De andere 30% gaat naar dingen als restaurants en degelijk.

Eerste dagen in Zambia

Dag allemaal, velen van jullie vroegen of ik iets van een blog bij zou houden. Vandaar dat ik maar eens een poging ga wagen. Ik ga kijken hoe vaak ik inspiratie en energie heb om iets te schrijven.

Afgelopen vrijdag avond (25-01) ben ik met mijn begeleider John vertrokken vanaf Schiphol. We vertrokken om 22:00 en landden na een vlucht van zeven uur in Dubai. Tijdens de vlucht heb ik geprobeerd wat te slapen, maar dat ging toch niet zo lekker in die vliegtuig stoelen. Gelukkig kon ik me aardig vermaken met het kijken van slechte films.

Vanuit Dubai weer zeven uur naar Lusaka, de hoofdstad van Zambia. Daar werden we opgepikt door een Zambiaanse chauffeur Kennedy, vernoemd naar JFK. Hij heeft acht kinderen en vijfhonderd geiten en ander vee rondlopen. Hij vertelde dat bij de stam waar hij vandaan komt je alleen een man bent als je meer dan zes kinderen hebt. Als je er minder hebt is je schoonmoeder niet blij.

Na een rit van 2.5 uur kwamen we aan bij Kariba inns in siavonga. Ik verblijf daar tot zondag als John weer vertrekt. Het is het beste hotel van siavonga en elke avond eet ik er weer heerlijk. Alles op het menu is lokaal geproduceerd.

Rond het hotel lopen allemaal zebra’s en impalas rond die genieten van het gras dat mooi wordt bijgehouden door het hotel. Daarnaast zijn er een heleboel kittens op het terrein.

Ik zal in mijn volgende post wat meer vertellen over het bedrijf waar ik stage loop en wat ik daar doe.